Het ontstaan van Hillegersberg tot aan 1816

Hillegersberg is ontstaan op een heuvel, ook donk of morre genoemd. Het is een zandrug in het veengebied, ontstaan uit verstoven zand van drooggevallen rivierbeddingen. De rivierduinen zijn gevormd in de late ijstijd. Bij opgravingen in de kerkheuvel zijn vuursteenvondsten gedaan die duiden op een prehistorische bewoning. 

Er zijn ook Romeins aardewerk en penningen gevonden, evenals, wordt gezegd, een borstbeeld van keizer Hadrianus. Maar van dat beeld is geen spoor...

Van de middeleeuwse geschiedenis van Hillegersberg is weinig met zekerheid bekend. Op de heuvel langs de rivier de Rotte is een kasteel gebouwd, het Huis ten Berge, en iets later ook een kerk. 

Hillegersberg is mogelijk vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen, echtgenote van graaf Dirk II van Holland en West-Friesland (Dirk II, of Diederik II, ca. 932 – Egmond, 6 mei 988). Deze graaf was in de tiende eeuw eigenaar van Bergan, dat in Oudhollands versterkte plaats of gehucht betekent.

De eerste bouw van de middeleeuwse burcht - voorzien van slotgracht en omwalling - en van de kerk wordt gesitueerd tussen 950 en 1150. De kerk is van vòòr 1028: In 1028 bevestigde keizer Konraad in een oorkonde de gift van het dorp Bergan door de bisschoppen Ansfridus en Adelbold (van de Amersfoortse abdij van Hohorst) aan de abdij van St. Paulus te Utrecht. Dit is de oudste, erkende, schriftelijke vermelding van Hillegersberg.

1269: Floris V geeft de Burcht van Hillegersberg in leen aan Vranke Stoop

Hillegersberg is mogelijk vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen, echtgenote van graaf Dirk II van Holland en West-Friesland (Dirk II, of Diederik II, ca. 932 – Egmond, 6 mei 988). Deze graaf was in de tiende eeuw eigenaar van Bergan, dat in Oudhollands versterkte plaats of gehucht betekent. In 1028 bevestigde keizer Konraad in een oorkonde de gift door de bisschoppen Ansfridus en Adelbold (van de Amersfoortse abdij van Hohorst) van het dorp Bergan aan de abdij van St. Paulus te Utrecht. Dit is de oudste, erkende, schriftelijke vermelding van Hillegersberg.

Kort na 1150 zijn waarschijnlijk zowel de kerk als de burcht herbouwd in een groot formaat stenen, de zogenaamde (klooster)moppen. Het kasteel bestond uit een woontoren van 10x10 meter, waar een 6 meter hoge motte van zand tegen is opgeworpen op het rivierduin. De muren zijn aangelegd op het natuurlijk maaiveld.De hierdoor ontstane kelderverdieping is vijf meter hoog en wordt overkluisd door een dubbel tongewelf. In de middeleeuwen ontstond een woongemeenschap rond het kasteel en de kerk op de heuvel. De heuvel bood bescherming tegen het op gezette tijden oprukkende water. De woongemeenschap bestond voor het merendeel uit houten huizen met rieten daken.Pas in de tweede helft van de 14e eeuw is de toren op de kerk gebouwd.

De eerste burchtheer die we kennen is Vranke Stoop, die het kasteel te Hillegersberg in leen had van Floris V. In een verklaring van 2 november 1269 van graaf Floris staat dat het kasteel aan Vranke Stoops dochter Aleida Stoop zou vervallen, indien de vader geen mannelijke erfgenaam achterliet bij zijn overlijden. Dit zou het geval blijken te zijn. 

Kerk en burcht verwoest (1426) en weer opgebouwd

Voor zover valt na te gaan, blijkt Hillegersberg van de tweede helft der 13e eeuw tot de eerste helft van de 15e eeuw in handen te zijn geweest van twee adellijke families, respectievelijk het geslacht Stoop en het geslacht Van den Berge. In 1575 verkreeg Rotterdam het baljuw- en dijkgraafschap van Schieland. Dit was een begeerd voorrecht omdat het de ambachtsheerlijkheid van Hillegersberg en Moordrecht impliceerde. Hierdoor werd de invloedsfeer van Rotterdam met een groot deel van Schieland uitgebreid.

In de Divisiekroniek van 1517 wordt vermeld dat het "Huis ten Berghe" in 1426 door de legers van Jacoba van Beieren werd verwoest in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Hoekse krijgsoverste van Jacoba van Beieren, Willem Nagel genaamd, baljuw van Kennemerland, verwoestte de kastelen Kralingen, Spangen, Starrenburg, Kapelle, Spieringshoek, Weena en Hillegersberg. De kerk viel aan brand ten offer, werd volledig verwoest, maar werd op vrijwel dezelfde plaats later herbouwd. De restanten van de donjon liggen naast de Hillegondakerk in een hoek van het kerkhof, die in zijn tegenwoordige vorm uit circa 1500 dateert.

De legende van de reuzin Hillegonda

Volgens de legende van Hillegersberg is de zandberg ontstaan doordat de reuzin Hillegonda zand uit haar schort zou hebben verloren. Dit is mooi beschreven in “Souvenir aan Hillegondsberg”. In verschillende legendes wordt ook verteld dat zij daarbij twee tranen liet: de huidige Bergse voor- en achterplas...



Een nieuwe visualisatie van de reuzin Hillegonda (© Jan J.P.Carlier 2015).

Op de zandheuvel bouwde zij haar huis en zo ontstond Hillegersberg, de berg van Hillegonda. De reuzin Hillegonda met gescheurd schort siert het Wapen van Hillegersberg. Deze legende is ook verwoord in het Hillegondalied, sinds ca 1900 het 'volkslied' van Hillegersberg. Het werd bijvoorbeeld gezongen bij de jaarlijkse aubade voor de (toenmalige) burgemeester op Koninginnedag. Alle schoolkinderen leerden het uit het hoofd.
Een door heel Europa bekende Hillegersbergenaar uit de Middeleeuwen was de dichter en voordrachtskunstenaar Willem van Hildegaersberch (1350-1408).















Veenwinning

Tot de 18e eeuw vond in het gebied rond Hillegersberg op uitgebreide schaal veenwinning plaats. Door onderspoeling veranderden de veenafgraverijen in een groot plassengebied. Grote stukken zijn weer drooggemalen, maar de Bergse Voor- en Achterplas zijn gebleven.

Hillegersberg bestond uit een dorpskern en was overigens een agrarische gemeenschap: landbouw en vooral veeteelt. Zo rond 1800 was de Strekvaart een druk bevaren water, waar scheepjes vanaf de Grindweg naar het Boterdorpse Verlaat voeren. 

Aan de Grindweg lagen veel boerenbedrijven die zorgden voor de vracht: boter, kaas en melk. Bij het Verlaat werd de vracht overgeladen in grotere schepen die vervolgens naar de Botersloot in Rotterdam voeren. Daar werden de waren verhandeld.