Het ontstaan van Hillegersberg (vanaf ca. 1000 tot ca. 1880)

Hillegersberg is ontstaan op een heuvel, ook donk of morre genoemd. Het is een zandrug in het veengebied, ontstaan uit verstoven zand van drooggevallen rivierbeddingen. De rivierduinen zijn gevormd in de late ijstijd. Bij opgravingen in de kerkheuvel zijn vuursteenvondsten gedaan die duiden op een prehistorische bewoning. 

Er zijn ook Romeins aardewerk en penningen gevonden, evenals, wordt gezegd, een borstbeeld van keizer Hadrianus. Maar van dat beeld is geen spoor...
Van de middeleeuwse geschiedenis van Hillegersberg is weinig met zekerheid bekend. Op de heuvel langs de rivier de Rotte is een kasteel gebouwd, het Huis ten Berge, en iets later ook een kerk. 

De eerste bouw van de middeleeuwse burcht - voorzien van slotgracht en omwalling - en van de kerk wordt gesitueerd tussen 950 en 1150. De kerk is van vòòr 1028: Op 3 februari 1028 bevestigt keizer Koenraad II aan het klooster de Hohorst (later de Sint Paulusabdij te Utrecht) dat o.a. de kerk te Hillegersberg door bisschop Adelbold aan hen is geschonken.

Kerk en Burcht

Kort na 1150 zijn waarschijnlijk zowel de kerk als de burcht herbouwd in een groot formaat stenen, de zogenaamde (klooster)moppen. Het kasteel bestond uit een woontoren van 10x10 meter, waar een 6 meter hoge motte van zand tegen is opgeworpen op het rivierduin. De muren zijn aangelegd op het natuurlijk maaiveld.De hierdoor ontstane kelderverdieping is vijf meter hoog en wordt overkluisd door een dubbel tongewelf.

In de middeleeuwen ontstond een woongemeenschap rond het kasteel en de kerk op de heuvel. De heuvel bood bescherming tegen het op gezette tijden oprukkende water. De woongemeenschap bestond voor het merendeel uit houten huizen met rieten daken.Pas in de tweede helft van de 14e eeuw is de toren op de kerk gebouwd.

In de Divisiekroniek van 1517 wordt vermeld dat het "Huis ten Berghe" in 1426 door de legers van Jacoba van Beieren werd verwoest in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Hoekse krijgsoverste van Jacoba van Beieren, Willem Nagel genaamd, baljuw van Kennemerland, verwoestte de kastelen Kralingen, Spangen, Starrenburg, Kapelle, Spieringshoek, Weena en Hillegersberg. De kerk viel aan brand ten offer, werd volledig verwoest, maar werd op vrijwel dezelfde plaats later herbouwd. De restanten van de donjon liggen naast de Hillegondakerk in een hoek van het kerkhof, die in zijn tegenwoordige vorm uit circa 1500 dateert.

Naam en herkomst

Hillegersberg is mogelijk vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen, echtgenote van graaf Dirk II van Holland en West-Friesland (Dirk II, of Diederik II, ca. 932 – Egmond, 6 mei 988). Deze graaf was in de tiende eeuw eigenaar van Bergan, dat in Oudhollands versterkte plaats of gehucht betekent. In 1028 bevestigde keizer Konraad in een oorkonde de gift door de bisschoppen Ansfridus en Adelbold (van de Amersfoortse abdij van Hohorst) van het dorp Bergan aan de abdij van St. Paulus te Utrecht. Dit is de oudste, erkende, schriftelijke vermelding van Hillegersberg.

De eerste burchtheer die we kennen is Vranke Stoop, die het kasteel te Hillegersberg in leen had van Floris V. In een verklaring van 2 november 1269 van graaf Floris staat dat het kasteel aan Vranke Stoops dochter Aleida Stoop zou vervallen, indien de vader geen mannelijke erfgenaam achterliet bij zijn overlijden. Dit zou het geval blijken te zijn.
Voor zover valt na te gaan, blijkt Hillegersberg van de tweede helft der 13e eeuw tot de eerste helft van de 15e eeuw in handen te zijn geweest van twee adellijke families, respectievelijk het geslacht Stoop en het geslacht Van den Berge.
In 1575 verkreeg Rotterdam het baljuw- en dijkgraafschap van Schieland. Dit was een begeerd voorrecht omdat het de ambachtsheerlijkheid van Hillegersberg en Moordrecht impliceerde. Hierdoor werd de invloedsfeer van Rotterdam met een groot deel van Schieland uitgebreid.

De legende van de reuzin Hillegonda

Volgens de legende van Hillegersberg is de zandberg ontstaan doordat de reuzin Hillegonda zand uit haar schort zou hebben verloren. Dit is mooi beschreven in “Souvenir aan Hillegondsberg”. In verschillende legendes wordt ook verteld dat zij daarbij twee tranen liet: de huidige Bergse voor- en achterplas...



Een nieuwe visualisatie van de reuzin Hillegonda (© Jan J.P.Carlier 2015).

Op de zandheuvel bouwde zij haar huis en zo ontstond Hillegersberg, de berg van Hillegonda. De reuzin Hillegonda met gescheurd schort siert het Wapen van Hillegersberg. Deze legende is ook verwoord in het Hillegondalied, sinds ca 1900 het 'volkslied' van Hillegersberg. Het werd bijvoorbeeld gezongen bij de jaarlijkse aubade voor de (toenmalige) burgemeester op Koninginnedag. Alle schoolkinderen leerden het uit het hoofd.
Een door heel Europa bekende Hillegersbergenaar uit de Middeleeuwen was de dichter en voordrachtskunstenaar Willem van Hildegaersberch (1350-1408).















Veenwinning

Tot de 18e eeuw vond in het gebied rond Hillegersberg op uitgebreide schaal veenwinning plaats. Door onderspoeling veranderden de veenafgraverijen in een groot plassengebied. Tot 1811 omvatte het ambacht Hillegersberg en Rotteban ook Bergschenhoek. Rotteban was het gedeelte van het ambacht dat zich ten westen van de Rotte uitstrekte.

Hillegersberg bestond uit een dorpskern en was overigens een agrarische gemeenschap: landbouw en vooral veeteelt. Zo rond 1800 was de Strekvaart een druk bevaren water, waar scheepjes vanaf de Grindweg naar het Boterdorpse Verlaat voeren. 

Aan de Grindweg lagen veel boerenbedrijven die zorgden voor de vracht: boter, kaas en melk. Bij het Verlaat werd de vracht overgeladen in grotere schepen die vervolgens naar de Botersloot in Rotterdam voeren. Daar werden de waren verhandeld.

In 1840 had de gemeente Hillegersberg 233 huizen met 1.988 inwoners, verdeeld in dorp Hillegersberg 119/1.480 (= huizen/inwoners) en de buurtschappen De Heul 23/120, Zwaanshals 37/175, Zwaaneiland 14/39, Bergsche Verlaat 9/38 en Terbregge 31/136.

 Vanaf 1850 werden verschillende plassen drooggelegd. In 1853 is de ambachtsheerlijkheid Hillegerberg, Rotteban en Bergschenhoek verkocht. Enkele rijke Rotterdammers kochten gronden aan het water op en stichtten grote buitenplaatsen in het gebied.

In de eerste helft van de 19e eeuw  was een bekende Hillegersbergenaar de schoolmeester en schrijver Willem van den Hoonaard  (1788-1862).

De groei van Hillegersberg  ca. 1880 - 1941

Rond 1880 begon de groei en ontwikkeling van Hillegersberg als forensengemeente van Rotterdam. In 1885 telde Hillegersberg 2.000 inwoners. De bevolking was vooral agrarisch georiënteerd. Er waren ook wel andere ambachten. Zo waren er bijvoorbeeld de 'zakkenwassers': jute zakken, waarin verschillende goederen werden opgeslagen, werden in de plassen uitgewassen.

Rotterdammers gingen ‘het buiten’ Hillegersberg ontdekken. Rijkeren zij kochten de inmiddels verwaarloosde en in vervalgeraakte Hillegersbergse buitens, sloopten deze en bouwden nieuwe eigentijdse villa’s en herenhuizen.
Minder welgestelden zochten ontspanning in de landelijk gelegen, waterrijke gemeente. Langs de Straatweg (tot 1916 Bergweg geheten) verrezen pleziertuinen waar op zomerse zondagen aan de Bergse Plassen worden doorgebracht.

Een van de meest geliefde pleziertuinen was De Tuin van Vrouw Romein. In 1880 begon Vrouw Romein een koffiehuis in een boerenwoning op het terrein van het voormalige Lommerrijk, vlak bij de Tivolibrug. Er waren schommels en rekstokken. Roeibootjes waren te huur. Iets verderop lag de theetuin Tivoli. In het speeltuintje daar was een draaimolen. Weer verderop (vanuit Rotterdam gezien) was er de jardin de plaissance. De naam Tivoli is wel bijzonder... lees Tivoli eens van achter naar voren, je krijgt dan ilovit: I lov' it!

In 1882 was Gerardus Adrianus Freericks (1825-1904) daar begonnen met de exploitatie van wat in de volksmond bekend stond als "de tuin van Freericks". Deze tuin hoorde bij het logement "Het Wapen van Holland" aan de Bergse Dorpsstraat (anno 1799).

Hier waren vele attracties: een wandeltuin, een “Chinees paviljoen”, een speeltuin en een draaimolen, hoge ijzeren hobbelpaarden, waterfietsen en roeiboten. Freericks had al voor 1882 een onmibus naar zijn restaurant laten lopen, vanaf 1882 reed een paardentram vanuit de stad over de Bergweg naar eindpunt Tivolibrug. De tram bracht de mensen naar de plassen, 's zomers om er te varen en 's winters om er te schaatsen. Overigens waren ook de theetuinen menigmaal het einddoel. 
Een extra vreugde was het als een rit in de open tram kon worden gemaakt. In Hillegerberg kon men ook weer verder reizen naar Bergschenhoek en Bleiswijk. Op 23 januari 1934 werd "het Wapen van Holland" door brand verwoest.

In april 1897 bechreef J. Stout in "Omgeving en geschiedenis" het aldus: "Een geliefkoosde wandeling van vele Rotterdammers is de Bergweg. Heerlijk wordt hij beschaduwd door een dubbele rij boomen.

Aan weerskanten liggen mooie vila's met keurig aangelegde tuinen. Verscheidene speeltuinen geven gelegenheid tot verfrissing en vermaak. Schommels, wippen, rekstokken, ringen en andere toestellen lokken de kinderen en ook wel volwassenen tot spelen. Tot roeien is er eveneens gelegenheid, roeien op de uitgestrekte Bergsche plassen. 's Winters vermaken zich duizenden schaatsenrijders op de spiegelgladde banen. De grootste tuin van vermaak ligt aan het einde van den Bergweg in het dorp Hillegersberg. Een tram en een tram-omnibus voeren gestadig de reizigers van Rotterdam naar Hillegersberg en terug.".

In 1904 telde Hillegersberg 7.000 inwoners. De grens tussen Hillegersberg en Rotterdam lag oorspronkelijk aan het einde van de Bergweg, grote delen van het huidige Rotterdamse Oude Noorden hoorden bij Hillegersberg.

Grotere woningbouwprojecten vonden rond en na 1900 plaats in het Kleiwegkwartier. Door de 'overdracht' van het gebied tussen de Ceintuurbaan en de Heulbrug aan Rotterdam liep het inwonertal in 1920 terug tot 5.000. Daarna groeide de gemeente weer sterk: in 1931 15.000, in 1936 21.000 tot 26.000 in 1941. Hillegersberg had een grote aantrekkingskracht voor nieuwe welgestelde bewoners,onder andere vanwege de Bergse Plassen, en trekpleisters als het Plaswijckpark en Lommerrijk. 

Zie het promotiefilmpje uit die tijd van de gemeente Hillegersberg (via Stadsarchief Rotterdam).

Rond 1930 werd gebouwd in het Berglustkwartier, het noordelijk gedeelde van de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan en in het gebied rond de Statenlaan. 
Zo was het agrarische karakter van de gemeente omgeslagen naar dat van een forensengemeenschap. De verhoudingen tussen mensen veranderden, ze werden anoniemer, zakelijker. Een beeld van het Hillegersberg van deze tijd is te zien de gemeentegids van 1937.

Met de ruim 26.000 inwoners beschouwde Hillegersberg zich meer en meer als een stedelijke gemeente. Hillegersberg hoorde in 1941 in grootte tot de top-10 van de provincie Zuid-Holland. Er waren goede verbindingen met de stad. Na het bombardement van Rotterdam was lijn 10 op 28 mei 1940 de eerste tram die over op de Coolsingel reed, van Hillegersberg in de richting van de Westzeedijk naar Spangen, zij het overigens met gesloten deuren.


Op 1 augustus1941 zou Hillegersberg zijn zelfstandigheid verliezen en onderdeel worden van Rotterdam.