Hillegersberg tot van 1817 tot 1920

Hillegersberg is in 1817 een zelfstandige gemeente geworden. Tot 1817 omvatte het ambacht "Hillegersberg en Rotteban" ook  Bergschenhoek. Rotteban was het gedeelte van het ambacht dat zich ten westen van de Rotte uitstrekte (Terbregge). Het was een kleine gemeente wat betreft inwoneraantal, maar omvangrijk wat betreft gebied.

De gemeente had aanvankelijk een schout aan het hoofd. In 1825 werden het een burgemeester, wethouders, een gemeenteraad en enkele ambtenaren. De burgemeesters waren tot 1907 ook burgemeester van de in 1816 ook zelfstandig geworden gemeente Bergschenhoek.

In de 19e eeuw werden langs de uitvalswegen van de dorpskern van Hillegersberg, zoals de Grindweg, verschillende boerderijen gebouwd. De Bergweg werd in 1817 bestraat en in de loop van de negentiende eeuw verschenen steeds meer buitenplaatsen, villa’s en landhuizen aan de Bergweg.  

Van 1907-1924 was Jhr. V.H. de Villeneuve burgemeester van Hillegersberg. Natuurlijk woonde hij ook binnen de gemeentegrenzen: op de Bergweg, nabij het ziekenhuis Eudokia. Er is een lijst van de burgemeesters van Hillegersberg, met hun eerdere of latere functies.  De laatste burgemeester van Hillegersberg was F.H. van Kempen (1924-1941).

De gemeente Hillegersberg bestond uit een dorp nabij de Hillegondakerk, met het buurtschap Terbregge verderop aan de Rotte, met enige lintbebouwing langs de Kleiweg en de Grindweg en met boerderijen door heel het gebied. De Molenlaan voerde vanaf de Grindweg naar de molen De Vier Winden in Terbregge en vormde de verbindingsroute tussen Rotterdam en Gouda. 

In 1840 had de gemeente Hillegersberg 233 huizen met 1.988 inwoners, verdeeld in dorp Hillegersberg 119 huizen met 1.480 inwoners en de buurtschappen De Heul 23 huizen en 120 inwoners, Zwaanshals 37 huizen en 175 inwoners, Zwaaneiland 14 huizen en 39 inwoners , Bergsche Verlaat 9 huizen en 38 inwoners en Terbregge 31 huizen en 136 inwoners.

Vanaf 1850 werden verschillende plassen drooggelegd. In 1853 is de ambachtsheerlijkheid Hillegerberg, Rotteban en Bergschenhoek verkocht. Enkele rijke Rotterdammers kochten gronden aan het water op en stichtten grote buitenplaatsen in het gebied.

In de eerste helft van de 19e eeuw  was een bekende Hillegersbergenaar de schoolmeester en schrijver Willem van den Hoonaard (1788-1862). Zijn achterkleinkinderen Gerrit van Yperen (1882-1955) en Siem van den Hoonaard (1900-1938) werden ook bekende Hillegersbergse kunstenaars.

In de tweede helft van de 19e eeuw werden de Bergse Plassen een toeristische attractie. Het plassengebied was vanaf 1880 met de paardentram snel te bereiken. Door de vrijstaande bebouwing langs de Bergweg hadden de wandelaars een schitterend uitzicht op de Bergse Achterplas en Bergse Voorplas, de grillige oevers en de lange landtongen die in de plassen steken. De wandelingen eindigden maar wat vaak in een bezoek aan een van de theeschenkerijen of pleziertuinen die op de terreinen van de buitenplaatsen lagen.

Hillegersberg had een grote aantrekkingskracht voor nieuwe welgestelde bewoners,onder andere vanwege de Bergse Plassen, en trekpleisters als het Plaswijckpark en Lommerrijk. De negentiende-eeuwse buitenplaatsen aan de Bergweg hadden vaak een meer een recreatieve functie dan een woon-werk-functie. Het waren villa’s met grote tuin en vaak een theekoepel. De oudere buitenplaatsen veranderden mee in die trend. Behalve buitenplaatsen en villa’s werden ook steeds meer kleine landhuizen aan de Bergweg gebouwd.

Door zandwinning ontstonden kleine plassen, zoals het halverwege de negentiende eeuw ontstane Zwarte Plasje. Deze plas werd in 1914 ingericht als zwembad en bestaat nog steeds. 

De ontwikkeling van grotere woonwijken in Hillegersberg begon vanaf 1920  met de bouw van het Berglustkwartier.

Hillegersberg  rond 1880, de komst van pleziertuinen

Rond 1880 begon de groei en ontwikkeling van Hillegersberg als forensengemeente van Rotterdam. In 1885 telde Hillegersberg 2.000 inwoners. De bevolking was vooral agrarisch georiënteerd. Er waren ook wel andere ambachten. Zo waren er bijvoorbeeld de 'zakkenwassers': jute zakken, waarin verschillende goederen werden opgeslagen, werden in de plassen uitgewassen.

Rotterdammers gingen ‘het buiten’ Hillegersberg ontdekken. Rijkeren zij kochten de inmiddels verwaarloosde en in vervalgeraakte Hillegersbergse buitens, sloopten deze en bouwden nieuwe eigentijdse villa’s en herenhuizen. Minder welgestelden zochten ontspanning in de landelijk gelegen, waterrijke gemeente. Langs de Straatweg (tot 1916 Bergweg geheten) verrezen pleziertuinen waar op zomerse zondagen aan de Bergse Plassen worden doorgebracht.

Een van de meest geliefde pleziertuinen was De Tuin van Vrouw Romein. In 1880 begon Adriana Romein een theetuin met kinderspeelplaats in een boerenwoning op het terrein van het voormalige Lommerrijk, vlak bij de Tivolibrug. Er waren schommels en rekstokken. Roeibootjes waren te huur. Vrouwe Romein verkoopt in 1894 haar geliefde Lommerrijk aan de gebroeders Stal. Deze twee broers bouwen een grote zaal voor dansfeesten, congressen, vergaderingen en sportevenementen. Lommerrijk blijft groeien en uitbreiden. Lommerrijk biedt in 1940 onderdak aan gezinnen die zijn getroffen door het bombardement. Ook is Lommerrijk het onderkomen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In de tuin aan de plas geven de orkestleden geregeld een concert. In 1976 brandt Lommerrijk af en een jaar later brandt ook het koetshuis af. Lommerrijk lijkt verdwenen, maar in 1978 komen er een restaurant, vier zalen en twaalf bowlingbanen: de basis van het huidige Lommerrijk zoals we het gebouw nu kennen.

Iets verderop (vanuit Rotterdam gezien) lag de theetuin Tivoli. In het speeltuintje daar was een draaimolen. De naam Tivoli is wel bijzonder... lees Tivoli eens van achter naar voren, je krijgt dan ilovit: I lov' it! Weer verderop was er de jardin de plaissance. In 1882 was Gerardus Adrianus Freericks (1825-1904) daar begonnen met de exploitatie van wat in de volksmond bekend stond als "de tuin van Freericks". Deze tuin hoorde bij het logement "Het Wapen van Holland" aan de Bergse Dorpsstraat (anno 1799).

Hillegersberg rond 1880, de komst van het openbaar vervoer

Hier waren vele attracties: een wandeltuin, een “Chinees paviljoen”, een speeltuin en een draaimolen, hoge ijzeren hobbelpaarden, waterfietsen en roeiboten. Freericks had al voor 1882 een onmibus naar zijn restaurant laten lopen, vanaf 1882 reed een paardentram vanuit de stad over de Bergweg naar eindpunt Tivolibrug. De tram bracht de mensen naar de plassen, 's zomers om er te varen en 's winters om er te schaatsen. Overigens waren ook de theetuinen menigmaal het einddoel. Een extra vreugde was het als een rit in de open tram kon worden gemaakt. In Hillegerberg kon men ook weer verder reizen naar Bergschenhoek en Bleiswijk. Op 23 januari 1934 werd "het Wapen van Holland" door brand verwoest.

In april 1897 bechreef J. Stout in "Omgeving en geschiedenis" het aldus: "Een geliefkoosde wandeling van vele Rotterdammers is de Bergweg. Heerlijk wordt hij beschaduwd door een dubbele rij boomen. Aan weerskanten liggen mooie vila's met keurig aangelegde tuinen. Verscheidene speeltuinen geven gelegenheid tot verfrissing en vermaak. Schommels, wippen, rekstokken, ringen en andere toestellen lokken de kinderen en ook wel volwassenen tot spelen. Tot roeien is er eveneens gelegenheid, roeien op de uitgestrekte Bergsche plassen. 's Winters vermaken zich duizenden schaatsenrijders op de spiegelgladde banen. De grootste tuin van vermaak ligt aan het einde van den Bergweg in het dorp Hillegersberg. Een tram en een tram-omnibus voeren gestadig de reizigers van Rotterdam naar Hillegersberg en terug.".

De Strekkade

Eind 19e eeuw gingen de papiermolens Feniks en De Vriendschap aan de Strekkade, langs de Strekvaart, door brand verloren. De arbeiderswoningen bleven behouden. Rond 1900 lag een tal van scheepswerfjes aan de drukbevaren Strekkade. 

Er was beurtvaart voor het transport van turf en van papier. Tot de jaren '30 werd hier 'spoeling' over het water vervoerd: een stinkend afvalproduct van de Schiedamse jeneverstokerijen. Spoeling werd toegevoegd aan veevoer. Op de terugweg ging mest mee voor de tuinders langs de Rotte. De ophaalbrug halverwege de Strekkade werd vervangen door twee vaste houten voetbruggen. 

Strekkade ca. 1920

De Kleiweg vanaf ca. 1900

Rond 1900 was er langs de Kleiweg slechts een beperkte lintbebouwing van boerderijen en daaraan verwante functies. Tussen de Uitweg en de Overschiese Kleiweg lag de dorpskern van gemeente Schiebroek. Aan de Kootsekade in het verlengde van de Kleiweg en langs de Rotte was enige bedrijvigheid.Aan de Bergse Rechter Rottekade is overigens al sinds ca. 1840 de scheepswerf Würth gevestigd.

Aan de Straatweg (die toen nog Bergweg heette) stond een gemengde bebouwing van boerderijen en enkele statige herenhuizen. De eerste uitbreidingen vonden plaats bij het buurtschap De Koot tussen de Straatweg en de Rotte. In de jaren '20 komt de bebouwing van het Kleiwegkwartier goed op gang. 

Kleiweg ca. 1900, gezien vanaf de Straatweg

Openbaar vervoer na 1924

In 1924 startte de TOD, de Terbregsche Omnibus Dienst. De TOD groeide en had op het laatst, in 1937, een drietal lijnen met een 10- minutendienst: Lijn T van Rotterdam-Hofplein via de Bergweg en de Molenlaan naar Terbregge, lijn S van Rotterdam via de Staatweg en de Kleiweg naar de Adrianalaan in Schiebroek en lijn R van de Rozenlaan via de Kleiweg naar Rotterdam. De gemeente Rotterdam nam lijn T in 1937 over voor 85.000 gulden. Het openbaar vervoer werd voortgezet door de RET.

De omvang van Hillegersberg van ca. 1880 - 1941

De gemeente Hillegersberg was groot. Met veel landelijk gebied, het huidige Ommoord en een groot deel van Het Lage Land is nog steeds kadastraal bekend als Hillegersberg. De grens tussen Hillegersberg en Rotterdam lag oorspronkelijk aan het einde van de Bergweg. Dit voor de dorpskern van Hillegersberg excentisch gelegen deel van de gemeente Hillegersberg (Liskwartier en Bergpolder) zou op initiatief van Rotterdam intensief bebouwd gaan worden. Voor een gemeente als Hillegersberg was dat toen een (te) grote opgave. Het kon maar beter worden overgedragen... In 1903 ging 197 hectare grond met zijn inwoners van Hillegersberg naar Rotterdam. De gemeente Hillegersberg kreeg van Rotterdam voor deze overdracht 100.000 gulden.

Zo was het aantal inwoners van Hillegersberg afgenomen. Maar vanaf 1920 groeide de gemeente weer sterk. Een belangrijke bijdrage leverde o.a. wethouder Maarten Dijkshoorn, die na 40 jaar gemeenteraadslidmaatschap in 1927 afscheid nam. Hij kreeg bij besluit van 6 december 1927 een bijzonder afscheidscadeau: een nieuwe laan werd naar hem genoemd. In 1931 telde de gemeente 15.000 inwoners, in 1936 21.000 en in 1941 26.000. Deze groei was het gevolg van de grote woningbouwprojecten die waren gerealiseerd rond en na 1920. Het Berglustkwartier werd ontwikkeld, daar kwamen naast herenhuizen ook de eerste 'woonblokken' van 3- en 4-hoog met verschillende woningen. In dezelfde jaren werd ook veel gebouwd in het Kleiwegkwartier.